Algemene voorwaarden

Algemene voorwaarden NBBU
1e druk: mei 2016
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………..1
Artikel 1 Definities ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 1
Artikel 2 Toepasselijkheid van deze voorwaarden…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. 1
Artikel 3 Totstandkoming van de inleenovereenkomst…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 1
Artikel 4 Wijze van facturering ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 1
Artikel 5 Betalingsvoorwaarden……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. 2
Artikel 6 Ontbinding……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 2
Artikel 7 Aansprakelijkheid…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 2
Artikel 8 Overmacht …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 2
Artikel 9 Geheimhouding……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 2
Artikel 10 Toepasselijk recht en bevoegde rechter………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 3
Artikel 11 Slotbepalingen……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 3
HOOFDSTUK 2 VOORWAARDEN VOOR HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN UITZENDKRACHTEN ………………………………………………………………………………………………………3
Artikel 12 Het inlenen van uitzendkrachten …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 3
Artikel 13 Inhoud en duur van de inleenovereenkomst en de terbeschikkingstelling(en) …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 3
Artikel 14 Het inlenerstarief, (uur)beloning en overige vergoedingen ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 3
Artikel 15 Informatieverplichting inlener ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 3
Artikel 16 De civiele ketenaansprakelijkheid voor loon…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 3
Artikel 17 Aangaan (rechtstreekse) arbeidsverhouding door inlener met de uitzendkracht ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 3
Artikel 18 Selectie van uitzendkrachten ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 4
Artikel 19 Zorgverplichting inlener en vrijwaring jegens de uitzendonderneming ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. 4
Artikel 20 Identificatie en persoonsgegevens………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 4
Artikel 21 Auto van de zaak en bedrijfssluiting………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 4
HOOFDSTUK 3 VOORWAARDEN VOOR ARBEIDSBEMIDDELING…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………4
Artikel 22 Toepasselijkheid algemene bepalingen…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 4
Artikel 23 Vergoeding en inhoud van de arbeidsbemiddelingsovereenkomst …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 4
Artikel 24 Aangaan arbeidsverhouding door opdrachtgever met de werkzoekende………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 4
Artikel 25 Selectie van werkzoekende ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. 4
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
ARTIKEL 1 DEFINITIES
In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder:
1. Uitzendonderneming: iedere natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van de
uitoefening van beroep of bedrijf aan een inlener uitzendkrachten ter beschikking
stelt voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve en onder leiding en
toezicht van deze inlener.
2. Uitzendkracht: iedere natuurlijke persoon die door tussenkomst van een
uitzendonderneming werkzaamheden verricht of gaat verrichten ten behoeve en
onder leiding en toezicht van een inlener.
3. Inlener: iedere natuurlijke of rechtspersoon die zich door tussenkomst van een
uitzendonderneming voorziet van uitzendkrachten.
4. Inleenovereenkomst: de overeenkomst tussen een uitzendonderneming en een
inlener waarin de specifieke voorwaarden worden opgenomen waaronder een
uitzendkracht ter beschikking wordt gesteld voor het verrichten van
werkzaamheden ten behoeve en onder leiding en toezicht van een inlener.
5. Inlenerstarief: het bedrag per tijdseenheid dat de inlener aan de
uitzendonderneming verschuldigd is voor de terbeschikkingstelling van de
uitzendkracht. Het omvat de kosten van de arbeid waaronder loonkosten,
loonheffing en sociale premies, alsmede een marge voor de dienstverlening van
de uitzendonderneming.
6. Uitzendovereenkomst: de arbeidsovereenkomst waarbij de uitzendkracht door de
uitzendonderneming ter beschikking wordt gesteld aan een inlener om krachtens
een door deze met de uitzendonderneming gesloten inleenovereenkomst arbeid
te verrichten onder leiding en toezicht van die inlener.
7. Arbeidsbemiddelingsonderneming: iedere natuurlijke of rechtspersoon die ten
behoeve van een werkgever, een werkzoekende, dan wel beiden, behulpzaam is
bij het zoeken van arbeidskrachten onderscheidenlijk arbeidsgelegenheid, waarbij
de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan wel
een aanstelling tot ambtenaar wordt beoogd.
8. Opdrachtgever: iedere natuurlijke of rechtspersoon die gebruik maakt van de
diensten van een arbeidsbemiddelingsonderneming.
9. Arbeidsbemiddelingsovereenkomst: de overeenkomst tussen een
arbeidsbemiddelingsonderneming en een opdrachtgever en/of een werkzoekende
tot het verrichten van de onder lid 8 genoemde diensten.
10. NBBU-cao: de cao voor Uitzendkrachten die geldt voor ondernemingen die als lid
zijn aangesloten bij de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en
Uitzendondernemingen (NBBU).
11. Waar in deze algemene voorwaarden gesproken wordt over uitzendkrachten,
wordt bedoeld: mannelijke en vrouwelijke uitzendkrachten en waar gesproken
wordt over hem en/of hij, wordt bedoeld: hem/haar of hij/zij.

ARTIKEL 2 TOEPASSELIJKHEID VAN DEZE VOORWAARDEN
1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere aanbieding van de
uitzendonderneming aan, en op iedere inleenovereenkomst tussen, de
uitzendonderneming en een inlener waarop de uitzendonderneming deze
voorwaarden van toepassing heeft verklaard, alsmede op de daaruit
voortvloeiende leveringen en diensten van welke aard dan ook tussen de
uitzendonderneming en een inlener, voor zover van deze voorwaarden niet door
partijen nadrukkelijk schriftelijk is afgeweken.
2. De inlener met wie eenmaal op deze voorwaarden is gecontracteerd, wordt
geacht stilzwijgend met de toepasselijkheid daarvan op een later met de
uitzendonderneming gesloten inleenovereenkomst in te stemmen.
3. Alle aanbiedingen, ongeacht de wijze waarop deze zijn gedaan, zijn vrijblijvend.
4. De uitzendonderneming is niet gebonden aan algemene voorwaarden van de
inlener voor zover die afwijken van deze voorwaarden.
5. Deze algemene voorwaarden kunnen op enig moment worden gewijzigd dan wel
worden aangevuld. De gewijzigde algemene voorwaarden gelden vervolgens ook
ten aanzien van reeds gesloten inleenovereenkomsten, met inachtneming van
een termijn van een maand na schriftelijke bekendmaking van de wijziging.
ARTIKEL 3 TOTSTANDKOMING VAN DE INLEENOVEREENKOMST
1. De inleenovereenkomst komt tot stand door schriftelijke aanvaarding van de
inlener of doordat de uitzendonderneming feitelijk uitzendkrachten ter beschikking
stelt aan de inlener.
2. De specifieke voorwaarden waaronder de uitzendkracht door de
uitzendonderneming ter beschikking wordt gesteld aan de inlener zijn opgenomen
in de inleenovereenkomst.
3. Een wijziging of aanvulling van de inleenovereenkomst wordt pas van kracht
nadat deze door de uitzendonderneming schriftelijk is bevestigd.
ARTIKEL 4 WIJZE VAN FACTURERING
1. De facturen van de uitzendonderneming zijn, tenzij anders afgesproken,
gebaseerd op de ingevulde en door de inlener voor akkoord bevonden
tijdverantwoording, alsmede het inlenerstarief en eventueel bijkomende toeslagen
en (on)kosten.
2. De inlener is verantwoordelijk voor de juiste, tijdige en volledige invulling en
accordering van de tijdverantwoording. De accordering vindt plaats via (digitale)
ondertekening van de tijdverantwoording, tenzij anders overeengekomen.
3. Bij verschil tussen de bij de uitzendonderneming ingeleverde tijdverantwoording
en de door de inlener behouden gegevens daarvan, geldt de bij de
uitzendonderneming ingeleverde tijdverantwoording als juist, tenzij de inlener het
tegendeel aantoont.
4. Als de uitzendkracht de gegevens van de tijdverantwoording betwist, kan de
uitzendonderneming het aantal gewerkte uren en overige kosten factureren
volgens de opgave van de uitzendkracht, tenzij de inlener aantoont dat
voornoemde tijdverantwoording correct is.
5. Als de inlener niet aan het gestelde in lid 2 van dit artikel voldoet, kan de
uitzendonderneming besluiten om de inlener te factureren op basis van de bij haar
bekende feiten en omstandigheden. De uitzendonderneming gaat hiertoe niet
over zolang er geen redelijk overleg daaromtrent met de inlener heeft
plaatsgevonden.

Pagina 2 van 4

6. Als de inlener, nadat de uitzendkracht is verschenen op de werkplek, minder dan
drie uren gebruik maakt van diens arbeidsaanbod, is de inlener verplicht tot
betaling van het inlenerstarief over ten minste drie uren per oproep als:
a. de overeengekomen omvang van de arbeid minder dan 15 uur per week
bedraagt en de werktijden niet zijn vastgelegd; of
b. de inlener de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig heeft vastgelegd.
7. De inlener draagt er zorg voor dat de facturen van de uitzendonderneming zonder
enige inhouding, korting of verrekening binnen 14 dagen na factuurdatum zijn
betaald.
8. Uitsluitend indien de uitzendonderneming beschikt over een G-rekening kan de
inlener de uitzendonderneming verzoeken om in overleg te treden over de
mogelijkheid dat de inlener een percentage van het gefactureerde bedrag op de
betreffende rekening stort, alsmede over de hoogte van het percentage. Alleen bij
bereikte overeenstemming kan van voornoemde mogelijkheid gebruik worden
gemaakt.
9. Op eerste verzoek van de uitzendonderneming zal de inlener een schriftelijke
machtiging verstrekken aan de uitzendonderneming om de bedragen van de
facturen middels automatische incasso binnen de overeengekomen termijn af te

schrijven van de bankrekening van de inlener. Hiervoor zullen partijen een SEPA-
machtigingsformulier gebruiken.

ARTIKEL 5 BETALINGSVOORWAARDEN
1. Uitsluitend rechtstreekse betalingen aan de uitzendonderneming werken voor de
inlener bevrijdend.
2. Rechtstreekse betaling, dan wel verstrekking van voorschotten door de inlener
aan de uitzendkracht, is niet toegestaan, ongeacht de reden waarom of de wijze
waarop zulks geschiedt. Dergelijke betalingen en verstrekkingen regarderen de
uitzendonderneming niet en leveren geen grond op voor enige schuldaflossing of
verrekening.
3. Als de inlener een factuur betwist, zal dit binnen acht dagen na verzenddatum van
de betreffende factuur schriftelijk door de inlener aan de uitzendonderneming
kenbaar worden gemaakt, op straffe van verval van het recht op betwisting. Een
betwisting van de factuur schort de betalingsverplichting van de inlener niet op.
4. Bij niet, niet tijdige of niet volledige betaling door de inlener van enig door hem
verschuldigd bedrag, is hij met ingang van de vervaldatum van de betreffende
factuur van rechtswege in verzuim. Vanaf dat moment is de inlener tevens een
vertragingsrente van 1% per maand, een gedeelte van een maand voor een hele
maand rekenende, over het factuurbedrag aan de uitzendonderneming
verschuldigd.
5. Alle kosten, zowel in als buiten rechte, de kosten van rechtskundige bijstand
daaronder begrepen, die de uitzendonderneming moet maken ten gevolge van
het niet nakomen van de betalingsverplichtingen door de inlener, zijn voor
rekening van de inlener. De buitengerechtelijke incassokosten van de
uitzendonderneming, te berekenen over het te incasseren bedrag, worden met
een minimum van € 500,00 vastgesteld op ten minste 15% van de hoofdsom.
6. Indien de inleenovereenkomst is aangegaan met meer dan één inlener, welke
inleners behoren tot dezelfde groep van ondernemingen, dan zijn alle inleners
hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen uit hoofde van dit artikel, ongeacht
de tenaamstelling van de factuur.
7. Indien de financiële positie en/of het betalingsgedrag van de inlener daartoe – naar
de mening van de uitzendonderneming – aanleiding geeft, is de inlener verplicht
op eerste schriftelijk verzoek van de uitzendonderneming:
a. een machtiging voor automatische incasso als bedoeld in artikel 4 lid 9 van
deze voorwaarden te verstrekken; en/of
b. een voorschot te verstrekken; en/of
c. afdoende zekerheid te stellen voor de nakoming van de verplichtingen
jegens de uitzendonderneming, door middel van bijvoorbeeld een
bankgarantie of pandrecht.
De omvang van de gevraagde zekerheid en/of het gevraagde voorschot staat in
verhouding tot de omvang van de betreffende verplichtingen van de inlener.
8. Ingeval de inlener geen gehoor geeft aan een verzoek van de
uitzendonderneming als bedoeld in het vorige lid, dan wel indien een incasso
mislukt, verkeert de inlener van rechtswege in verzuim zonder dat daartoe een
ingebrekestelling voor nodig is. Indien de inlener in verzuim verkeert, dan is de
uitzendonderneming gerechtigd de uitvoering van haar verplichtingen uit de
inleenovereenkomst op te schorten dan wel de inleenovereenkomst onmiddellijk
geheel of gedeeltelijk op te zeggen, zonder dat de uitzendonderneming een
schadevergoeding verschuldigd is aan de inlener. Alle vorderingen van de
uitzendonderneming worden als gevolg van de opzegging direct opeisbaar.
ARTIKEL 6 ONTBINDING
1. Als een partij in gebreke blijft aan zijn verplichtingen uit de inleenovereenkomst te
voldoen, is de andere partij – naast hetgeen in de inleenovereenkomst is bepaald –
gerechtigd de inleenovereenkomst door middel van een aangetekend schrijven
buitengerechtelijk geheel of gedeeltelijk te ontbinden. De ontbinding zal pas
plaatsvinden nadat de in gebreke verkerende partij schriftelijk in gebreke is
gesteld en hem een redelijke termijn is geboden om de tekortkoming te zuiveren,
en nakoming is uitgebleven.
2. Voorts is de ene partij gerechtigd, zonder dat enige aanmaning of
ingebrekestelling zal zijn vereist, buiten rechte de inleenovereenkomst door
middel van een aangetekend schrijven met onmiddellijke ingang geheel of
gedeeltelijk te ontbinden als:
a. de andere partij (voorlopige) surseance van betaling aanvraagt of hem
(voorlopige) surseance van betaling wordt verleend;
b. de andere partij zijn eigen faillissement aanvraagt of in staat van
faillissement wordt verklaard;
c. de onderneming van de andere partij wordt geliquideerd;
d. de andere partij zijn huidige onderneming staakt;
e. buiten toedoen van de ene partij op een aanmerkelijk deel van het
vermogen van de andere partij beslag wordt gelegd, dan wel indien de

andere partij anderszins niet langer in staat moet worden geacht de
verplichtingen uit de inleenovereenkomst na te kunnen komen.
3. Als de inlener op het moment van de ontbinding reeds prestaties ter uitvoering
van de inleenovereenkomst had ontvangen, kan hij de inleenovereenkomst
slechts gedeeltelijk ontbinden en wel uitsluitend voor dat gedeelte, dat door of
namens de uitzendonderneming nog niet is uitgevoerd.
4. Bedragen die de uitzendonderneming vóór de ontbinding aan de inlener heeft
gefactureerd in verband met hetgeen zij reeds ter uitvoering van de
inleenovereenkomst heeft gepresteerd, blijven onverminderd door inlener aan
haar verschuldigd en worden op het moment van de ontbinding direct opeisbaar.
ARTIKEL 7 AANSPRAKELIJKHEID
1. Behoudens bepalingen van dwingend recht, alsmede met inachtneming van de
algemene normen van redelijkheid en billijkheid, is de uitzendonderneming niet
gehouden tot enige vergoeding van schade van welke aard dan ook, direct of
indirect, ontstaan aan de uitzendkracht, de inlener of aan zaken dan wel personen
bij of van de inlener of een derde, verband houdend met een inleenovereenkomst,
waaronder mede te verstaan schade die is ontstaan als gevolg van:
a. de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht door de uitzendonderneming
aan de inlener, ook wanneer mocht blijken dat die uitzendkracht niet blijkt te
voldoen aan de door de inlener aan hem gestelde vereisten.
b. eenzijdige opzegging van de uitzendovereenkomst door de uitzendkracht.
c. toedoen of nalaten van de uitzendkracht, de inlener zelf of een derde,
waaronder begrepen het aangaan van verbintenissen door de
uitzendkracht.
d. het zonder schriftelijke toestemming van de uitzendonderneming doorlenen
door de inlener van de uitzendkracht.
2. Eventuele aansprakelijkheid van de uitzendonderneming voor enige directe
schade is in ieder geval, per gebeurtenis, beperkt tot:
a. het bedrag dat de verzekering van de uitzendonderneming uitkeert, dan wel;
b. indien de uitzendonderneming niet voor de betreffende schade is verzekerd
of de verzekering niet (volledig) uitkeert, het door de uitzendonderneming
gefactureerde bedrag. Is het bedrag dat in rekening is gebracht afhankelijk
van een tijdsfactor, dan is de aansprakelijkheid beperkt tot het bedrag dat
door de uitzendonderneming in de maand voorafgaand aan de
schademelding bij de uitzendonderneming in rekening is gebracht. Bij
gebreke van een voorafgaande maand, is beslissend wat de
uitzendonderneming in de maand waarin het schadeveroorzakende feit
heeft plaatsgevonden aan de inlener volgens de inleenovereenkomst in
rekening zou brengen dan wel heeft gebracht.
3. Voor indirecte schade, zoals gevolgschade, gederfde winst en gemiste
besparingen, is de uitzendonderneming nimmer aansprakelijk.
4. De inlener is verplicht om zorg te dragen voor een afdoende, totaaldekkende
aansprakelijkheidsverzekering voor alle directe en indirecte schade als bedoeld in
lid 1 tot en met 3 van dit artikel.
5. In ieder geval dient de inlener de uitzendonderneming te vrijwaren tegen
eventuele vorderingen van de uitzendkracht of derden, tot vergoeding van schade
als bedoeld in lid 1 van dit artikel geleden door die uitzendkracht of derden.
6. De in leden 1 en 2 van dit artikel opgenomen beperkingen van aansprakelijkheid
komen te vervallen, als er sprake is van opzet of grove schuld aan de zijde van de
uitzendonderneming en/of diens leidinggevend personeel.
7. De uitzendonderneming heeft te allen tijde het recht, indien en voor zover
mogelijk, eventuele schade van de inlener ongedaan te maken. Hiertoe wordt
tevens gerekend het recht van de uitzendonderneming maatregelen te treffen die
eventuele schade kan voorkomen dan wel beperken.
ARTIKEL 8 OVERMACHT
1. In geval van overmacht van de uitzendonderneming zullen haar verplichtingen uit
hoofde van de inleenovereenkomst worden opgeschort, zolang de
overmachttoestand voortduurt. Onder overmacht wordt verstaan elke van de wil
van de uitzendonderneming onafhankelijke omstandigheid, die de nakoming van
de inleenovereenkomst blijvend of tijdelijk verhindert en welke noch krachtens
wet, noch naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid voor haar risico behoort
te komen.
2. Zodra zich bij de uitzendonderneming een overmachttoestand voordoet als in lid 1
van dit artikel bedoeld, zal zij daarvan mededeling doen aan de inlener.
3. Voor zover daaronder niet reeds begrepen, wordt onder overmacht tevens
verstaan: werkstaking, bedrijfsbezetting, blokkades, embargo,
overheidsmaatregelen, oorlog, revolutie en/of enig daaraan gelijk te stellen
toestand, stroomstoringen, storingen in elektronische communicatielijnen, brand,
ontploffing en andere calamiteiten, waterschade, overstroming, aardbeving en
andere natuurrampen, alsmede omvangrijke ziekte van epidemiologische aard
van personeel.
4. Zolang de overmachttoestand voortduurt, zullen de verplichtingen van de
uitzendonderneming zijn opgeschort. Deze opschorting zal echter niet gelden voor
verplichtingen waarop de overmacht geen betrekking heeft en reeds voor het
intreden van de overmachttoestand zijn ontstaan.
5. Als de overmachttoestand drie maanden heeft geduurd, of zodra vaststaat dat de
overmachttoestand langer dan drie maanden zal duren, is ieder der partijen
gerechtigd de inleenovereenkomst tussentijds te beëindigen zonder inachtneming
van enige opzegtermijn. De inlener is ook na zodanige beëindiging van de
inleenovereenkomst gehouden de door hem aan de uitzendonderneming
verschuldigde vergoedingen, welke betrekking hebben op de periode vóór de
overmacht toestand, aan de uitzendonderneming te betalen.
6. De uitzendonderneming is tijdens de overmachttoestand niet gehouden tot
vergoeding van enigerlei schade van of bij de inlener, noch is zij daartoe
gehouden na beëindiging van de inleenovereenkomst als in lid 5 van dit artikel
bedoeld.
ARTIKEL 9 GEHEIMHOUDING
1. De uitzendonderneming en de inlener zullen geen vertrouwelijke informatie van of
over de andere partij, diens activiteiten en relaties, die hun ter kennis is gekomen

Pagina 3 van 4

ingevolge een aanbieding of inleenovereenkomst, verstrekken aan derden. Dit
tenzij – en alsdan voor zover – verstrekking van die informatie nodig is om de
inleenovereenkomst naar behoren te kunnen uitvoeren of op hen een wettelijke
plicht tot bekendmaking rust.
2. Op verzoek van de inlener zal de uitzendonderneming de uitzendkracht
verplichten tot geheimhouding omtrent al hetgeen hem bij het verrichten van de
werkzaamheden bekend of gewaar wordt, tenzij op de uitzendkracht een
wettelijke plicht tot bekendmaking rust.
3. Het staat de inlener vrij om de uitzendkracht rechtstreeks te verplichten tot
geheimhouding. De inlener informeert de uitzendonderneming over zijn
voornemen daartoe en verstrekt een afschrift van hetgeen daaromtrent is
vastgelegd aan de uitzendonderneming.
4. De uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor een boete, dwangsom of
eventuele schade van de inlener als gevolg van schending van de
geheimhoudingsplicht door de uitzendkracht.
ARTIKEL 10 TOEPASSELIJK RECHT EN BEVOEGDE RECHTER
1. Op deze algemene voorwaarden, opdrachten, inleenovereenkomsten en/of
andere overeenkomsten is het Nederlands recht van toepassing.
2. Alle geschillen die voortvloeien of samenhangen met een rechtsverhouding
tussen partijen, zullen in eerste aanleg uitsluitend worden berecht door de
rechtbank binnen het arrondissement waarin de uitzendonderneming is gevestigd.
ARTIKEL 11 SLOTBEPALINGEN
1. Als enige bepaling uit deze voorwaarden nietig is of wordt vernietigd, zullen de
overige bepalingen van deze voorwaarden volledig van kracht blijven en zullen
partijen in overleg treden teneinde nieuwe bepalingen ter vervanging van de
nietige of vernietigde bepalingen overeen te komen, waarbij zoveel mogelijk het
doel en de strekking van de nietige of vernietigde bepaling in acht zullen worden
genomen.
2. De uitzendonderneming is gerechtigd om haar rechten en verplichtingen uit
hoofde van een inleenovereenkomst over te dragen aan een derde. Tenzij
schriftelijk anders is overeengekomen, is het de inlener niet toegestaan om zijn
rechten en verplichtingen uit hoofde van de inleenovereenkomst over te dragen
aan een derde.
HOOFDSTUK 2 VOORWAARDEN VOOR HET TER BESCHIKKING STELLEN
VAN UITZENDKRACHTEN
ARTIKEL 12 HET INLENEN VAN UITZENDKRACHTEN
1. De uitzendovereenkomst wordt aangegaan tussen de uitzendkracht en de
uitzendonderneming. Op de uitzendovereenkomst is de NBBU-cao voor
Uitzendkrachten van toepassing. Tussen de inlener en de uitzendkracht bestaat
er geen arbeidsovereenkomst.
2. Bij het ter beschikking stellen van de uitzendkracht door de uitzendonderneming
aan de inlener, werkt de uitzendkracht feitelijk onder leiding en toezicht van de
inlener. De inlener neemt daarbij dezelfde zorgvuldigheid in acht als tegenover
zijn eigen werknemers. De uitzendonderneming heeft als formele werkgever geen
zicht op de werkplek en de te verrichten werkzaamheden, op basis waarvan de
inlener dient zorg te dragen voor een veilige werkomgeving, alsmede de leiding
heeft en toezicht uitoefent over de uitzendkracht.
3. De inlener zal, zonder schriftelijke toestemming van de uitzendonderneming, de
door hem ingeleende uitzendkracht niet op zijn beurt weer doorlenen aan een
derde om onder diens leiding en toezicht te werken. Een overtreding van
onderhavig lid leidt ertoe dat de uitzendonderneming gerechtigd is om de
terbeschikkingstelling van de uitzendkracht en/of de inleenovereenkomst per
direct te beëindigen, alsmede alle hieruit voortvloeiende c.q. verband houdende
schade aan de inlener in rekening te brengen. De inlener stelt de
uitzendonderneming alsdan volledig schadeloos.
ARTIKEL 13 INHOUD EN DUUR VAN DE INLEENOVEREENKOMST EN DE
TERBESCHIKKINGSTELLING(EN)
1. In de inleenovereenkomst worden de specifieke voorwaarden waaronder de
uitzendkracht aan de inlener ter beschikking wordt gesteld opgenomen. De
inleenovereenkomst kan niet worden beëindigd zolang er uitzendkrachten aan de
inlener ter beschikking worden gesteld.
2. De inlener zal de uitzendonderneming informeren omtrent de beoogde duur van
de terbeschikkingstelling, op basis waarvan de uitzendonderneming de aard en de
duur van de uitzendovereenkomst met de uitzendkracht kan bepalen.
3. Als de uitzendovereenkomst voorziet in het uitzendbeding, dan hoeven de
uitzendonderneming, uitzendkracht en/of de inlener geen opzegtermijn in acht te
nemen als zij de terbeschikkingstelling tussentijds wensen te beëindigen, tenzij
schriftelijk anders is overeengekomen.
4. Als de uitzendovereenkomst niet voorziet in het uitzendbeding, dan is er sprake
van een uitzendovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd. In dit geval kan
de inlener de terbeschikkingstelling uitsluitend tussentijds eindigen onder de
voorwaarde dat de met de terbeschikkingstelling verband houdende
betalingsverplichtingen voortduren tot het verstrijken van de overeengekomen
duur van de terbeschikkingstelling. De uitzendonderneming is alsdan gerechtigd
om het inlenerstarief tot de overeengekomen duur van de terbeschikkingstelling
aan de inlener in rekening te (blijven) brengen overeenkomstig het gebruikelijke
c.q. het te verwachten arbeidspatroon van de uitzendkracht, tenzij de
uitzendonderneming en de inlener hieromtrent schriftelijk andersluidende
afspraken hebben gemaakt.
5. Als de inlener de terbeschikkingstelling wenst te beëindigen terwijl er niets is
overeengekomen omtrent de duur van de terbeschikkingstelling en de
uitzendkracht op basis van een uitzendovereenkomst voor bepaalde of
onbepaalde tijd werkzaam is, geldt er een opzegtermijn van één maand.
6. Indien de reden van de beëindiging is gelegen in een geschil met de
uitzendkracht, dan wel een conflictsituatie, dan dient de inlener de
uitzendonderneming daar tijdig van op de hoogte te stellen. De

uitzendonderneming zal alsdan onderzoeken of het geschil, dan wel de
conflictsituatie kan worden opgelost.
7. De uitzendonderneming kan in verband met de voor haar geldende
aanzegverplichting jegens de uitzendkracht de inlener minimaal vijf weken voor
het einde van de uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd verzoeken om aan te
geven of hij voornemens is om de terbeschikkingstelling te continueren. De inlener
is alsdan gehouden om binnen drie dagen aan te geven of hij de
terbeschikkingstelling wenst te continueren. Het niet tijdig, dan wel niet correct
informeren van de uitzendonderneming leidt ertoe dat, de inlener de kosten
verband houdende met de vergoeding ex artikel 7:668 BW integraal aan de
uitzendonderneming dient te vergoeden.
ARTIKEL 14 HET INLENERSTARIEF, (UUR)BELONING EN OVERIGE VERGOEDINGEN
1. De inlener is voor de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht het inlenerstarief
aan de uitzendonderneming verschuldigd, behoudens hieromtrent andersluidende
afspraken zijn gemaakt.
2. Het inlenerstarief staat in directe verhouding tot het aan de uitzendkracht
verschuldigde loon. Het loon en de vergoedingen van de uitzendkracht worden
vooraf aan de terbeschikkingstelling en zo nodig gedurende de
terbeschikkingstelling bepaald en zijn gelijk aan het loon en vergoedingen die
worden toegekend aan vergelijkbare werknemers, werkzaam in gelijke of
gelijkwaardige functies, in dienst van de inlener (het zogenoemde
loonverhoudingsvoorschrift).
3. Onder het loonverhoudingsvoorschrift vallen de volgende componenten:
a. uitsluitend het geldende periodeloon in de schaal;
b. de van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting. Deze kan –zulks ter keuze
van de uitzendonderneming- gecompenseerd worden in tijd en/ of geld;
c. toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (waaronder
feestdagentoeslag) en ploegendienst;
d. initiële loonstijging;
e. onbelaste kostenvergoedingen: reiskosten, pensionkosten en andere
kosten noodzakelijk wegens de uitoefening van de functie;
f. periodieken.
4. Tariefwijzigingen ten gevolge van cao-verplichtingen en wijzigingen in of ten
gevolge van wet- en regelgeving zoals fiscale en sociale wet- en regelgeving,
worden met ingang van het tijdstip van die wijzigingen aan de inlener
doorberekend en zijn dienovereenkomstig door de inlener verschuldigd, ook als
deze wijzigingen zich voordoen tijdens de duur van een inleenovereenkomst.
ARTIKEL 15 INFORMATIEVERPLICHTING INLENER
1. De inlener informeert de uitzendonderneming tijdig, juist en volledig inzake de
looncomponenten van het loonverhoudingsvoorschrift als bedoeld in artikel 14,
zodat de uitzendonderneming het loon van de uitzendkracht kan vaststellen.
2. Indien het loon en overige vergoedingen van de uitzendkracht niet kunnen
worden vastgesteld volgens het loonverhoudingsvoorschrift worden deze
vastgesteld aan de hand van gesprekken die door de uitzendonderneming
worden gevoerd met de inlener en de uitzendkracht. Bij het vaststellen van
het loon geldt als leidraad het opleidingsniveau en de ervaring van de
uitzendkracht en de benodigde capaciteiten die de invulling van die functie
met zich meebrengt.
3. De uitzendonderneming is gerechtigd om het inlenerstarief met terugwerkende
kracht te corrigeren en aan de inlener in rekening te brengen, indien blijkt dat (een
van) de componenten als bedoeld in artikel 14 lid 3, onjuist zijn vastgesteld.
ARTIKEL 16 DE CIVIELE KETENAANSPRAKELIJKHEID VOOR LOON
1. Naast de uitzendonderneming is de inlener hoofdelijk aansprakelijk jegens de
uitzendkracht voor de voldoening van het aan de uitzendkracht verschuldigde
loon, tenzij de inlener zich inzake de eventuele onderbetaling als niet-verwijtbaar
kwalificeert.
2. De inlener dient ten behoeve van het aantonen van zijn niet-verwijtbaarheid in
ieder geval de uitzendonderneming tijdig, juist en volledig te informeren inzake de
looncomponenten van het loonverhoudingsvoorschrift conform artikel 15 lid 1.
3. De uitzendonderneming is jegens de inlener gehouden om de uitzendkracht te
belonen conform de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de NBBU-cao
voor Uitzendkrachten.
4. Indien de inlener zich nader wenst te laten informeren over de
arbeidsvoorwaarden van de uitzendkracht in het kader van de
ketenaansprakelijkheid voor loon, treedt hij hierover in overleg met de
uitzendonderneming.
5. De inlener onthoudt zich van het opvragen van de gegevens die geen betrekking
hebben op of in verband staan tot het loon van de uitzendkracht. De
uitzendonderneming behoudt zich het recht voor om geanonimiseerde informatie
aan de inlener te verstrekken. Ten aanzien van de verkregen informatie met
betrekking tot de uitzendkracht is de inlener verplicht tot geheimhouding.
ARTIKEL 17 AANGAAN (RECHTSTREEKSE) ARBEIDSVERHOUDING DOOR INLENER MET DE
UITZENDKRACHT
1. Als de inlener met een hem door de uitzendonderneming ter beschikking gestelde
of te stellen uitzendkracht rechtstreeks een arbeidsovereenkomst, dan wel een
andersoortige arbeidsverhouding wil aangaan, stelt hij de uitzendonderneming
daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. Partijen treden vervolgens in overleg om
de wens van de inlener te bespreken. Als uitgangspunt geldt dat de inlener aan de
uitzendonderneming een redelijke vergoeding is verschuldigd, voor de door de
uitzendonderneming verleende diensten in verband met de terbeschikkingstelling,
werving en/of opleiding van de uitzendkracht, overeenkomstig het bepaalde in
artikel 9a lid 2 Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.
2. Onder andersoortige arbeidsverhouding als bedoeld in dit artikel wordt onder
meer verstaan:
a. het aanstellen als ambtenaar;
b. de overeenkomst van opdracht;
c. aanneming van werk;

Pagina 4 van 4

d. het ter beschikking laten stellen van de uitzendkracht aan de inlener door
een derde (bijvoorbeeld een andere uitzendonderneming) voor hetzelfde of
ander werk.
3. De inlener gaat niet rechtstreeks een arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht
aan, als de uitzendkracht de uitzendovereenkomst met de uitzendonderneming
niet rechtsgeldig heeft beëindigd.
4. Het is de inlener verboden om uitzendkrachten ertoe te bewegen om een
arbeidsovereenkomst, dan wel een andersoortige arbeidsverhouding met een
andere onderneming aan te gaan, met de bedoeling de uitzendkrachten middels
deze andere onderneming in te lenen.
ARTIKEL 18 SELECTIE VAN UITZENDKRACHTEN
1. De uitzendkracht wordt door de uitzendonderneming gekozen enerzijds aan de
hand van zijn hoedanigheden en kundigheden en anderzijds aan de hand van de
door de inlener aangedragen functievereisten.
2. Niet-functierelevante vereisten die bovendien (kunnen) leiden tot (in)directe
discriminatie, onder meer verband houdende met ras, godsdienst, geslacht en/ of
handicap, kunnen niet door de inlener worden gesteld. In ieder geval zullen deze
eisen door de uitzendonderneming niet worden gehonoreerd, tenzij ze worden
gesteld in het kader van een doelgroepenbeleid dat wettelijk is toegestaan, om
gelijke arbeidsparticipatie te bevorderen.
3. De inlener heeft het recht om, als een uitzendkracht niet voldoet aan de door de
inlener gestelde functievereisten, dit binnen 4 uur na aanvang van de
werkzaamheden aan de uitzendonderneming kenbaar te maken. In dat geval is
de inlener gehouden de uitzendonderneming minimaal te betalen het aan de
uitzendkracht verschuldigde loon, vermeerderd met het werkgeversaandeel in de
sociale lasten en premieheffing en uit de NBBU-cao voortvloeiende verplichtingen.
4. Gedurende de looptijd van de inleenovereenkomst is de uitzendonderneming
gerechtigd om een voorstel te doen tot vervanging van de uitzendkracht,
bijvoorbeeld indien de uitzendkracht niet langer in staat is de arbeid te verrichten,
dan wel in verband met een door te voeren reorganisatie of
herplaatsingsverplichting. Het inlenerstarief zal dan opnieuw worden vastgesteld.
ARTIKEL 19 ZORGVERPLICHTING INLENER EN VRIJWARING JEGENS DE
UITZENDONDERNEMING
1. De inlener is ervan op de hoogte dat hij volgens artikel 7: 658 BW en de geldende
Arbo-wetgeving de verplichting heeft om te zorgen voor een veilige werkplek van
de uitzendkracht. De inlener verstrekt de uitzendkracht concrete aanwijzingen om
te voorkomen dat de uitzendkracht in de uitoefening van zijn werkzaamheden
schade lijdt. Tevens verstrekt de inlener de uitzendkracht persoonlijke
beschermingsmiddelen voor zover noodzakelijk. Indien de benodigdheden door
de uitzendonderneming worden verzorgd, is de uitzendonderneming gerechtigd
de kosten die daarmee samenhangen bij de inlener in rekening te brengen.
2. Voordat de terbeschikkingstelling een aanvang neemt, verstrekt de inlener aan de
uitzendkracht en uitzendonderneming de noodzakelijke informatie over de

verlangde beroepskwalificatie van de uitzendkracht, alsmede de Risico-
Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E), bevattende de specifieke kenmerken van de

in te nemen arbeidsplaats. De uitzendkracht dient voldoende gelegenheid te
krijgen om van de inhoud kennis te nemen, alvorens de werkzaamheden aanvang
kunnen vinden.
3. De inlener is tegenover de uitzendkracht en uitzendonderneming aansprakelijk
voor en dientengevolge gehouden tot vergoeding van de schade die de
uitzendkracht in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de schade in
belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de
uitzendkracht, alles met inachtneming van het bepaalde in artikel 7.
4. Als de uitzendkracht in de uitoefening van zijn werkzaamheden zodanig letsel
heeft bekomen dat daarvan de dood het gevolg is, is de inlener overeenkomstig
artikel 6:108 BW jegens de in dat artikel bedoelde personen en jegens de
uitzendonderneming gehouden tot vergoeding van de schade aan de bedoelde
personen, tenzij de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste
roekeloosheid van de uitzendkracht, alles met inachtneming van het bepaalde in
artikel 7.
5. De inlener vrijwaart de uitzendonderneming volledig tegen aanspraken, jegens de
uitzendonderneming ingesteld wegens het niet nakomen door de inlener van de in
dit artikel genoemde verplichtingen en zal de hiermee verband houdende kosten
rechtsbijstand volledig aan de uitzendonderneming vergoeden. De inlener
verleent de uitzendonderneming de bevoegdheid haar aanspraken bedoeld in
onderhavig artikel aan de direct belanghebbende(n) te cederen.
6. De inlener is verplicht om zorg te dragen voor een afdoende, totaaldekkende
aansprakelijkheidsverzekering voor alle directe en indirecte schade als bedoeld in
dit artikel.
ARTIKEL 20 IDENTIFICATIE EN PERSOONSGEGEVENS
1. De inlener stelt bij aanvang van de terbeschikkingstelling van een uitzendkracht
diens identiteit vast aan de hand van het originele identiteitsdocument. De inlener
richt zijn administratie zodanig in dat de identiteit van de uitzendkracht kan worden
aangetoond.
2. De inlener behandelt de hem in het kader van de terbeschikkingstelling ter kennis
gekomen persoonlijke gegevens van uitzendkrachten vertrouwelijk en verwerkt
deze in overeenstemming met de bepalingen van de Wet bescherming
persoonsgegevens en overige relevante wetgeving.
3. De inlener is gehouden om in het geval van een datalek, waarbij kans is op verlies
of onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens van de uitzendkrachten die
de door de uitzendonderneming aan hem terbeschikking zijn gesteld, een melding
te doen bij het College bescherming persoonsgegevens en de
uitzendonderneming. Indien noodzakelijk zal de uitzendonderneming de
betrokken uitzendkrachten informeren.
4. De uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor boetes of claims die de inlener
worden opgelegd omdat hij zijn verplichtingen als in de voorgaande leden
bedoeld, niet is nagekomen.
5. De inlener zal, indien er aanspraken jegens de uitzendonderneming zijn ingesteld
wegens het niet nakomen door de inlener van de in dit artikel genoemde

verplichtingen, de hiermee verband houdende schade waaronder kosten van
rechtsbijstand, volledig aan de uitzendonderneming vergoeden.
ARTIKEL 21 AUTO VAN DE ZAAK EN BEDRIJFSSLUITING
1. Als de inlener voornemens is de uitzendkracht een auto ter beschikking te stellen,
deelt de inlener dit onverwijld mede aan de uitzendonderneming. Uitsluitend in
overleg met de uitzendonderneming komt de inlener met de uitzendkracht
overeen dat de auto privé gereden mag worden, zodat de uitzendonderneming
hiermee rekening kan houden in de loonheffing. Als de inlener dit nalaat is hij
gehouden de daaruit voortvloeiende schade, kosten en (fiscale) gevolgen te
vergoeden die de uitzendonderneming lijdt.
2. Als er gedurende de terbeschikkingstelling een bedrijfssluiting of verplichte vrije
dag plaatsvindt, informeert de inlener de uitzendonderneming hieromtrent bij het
aangaan van de inleenovereenkomst, zodat de uitzendonderneming hiermee
rekening kan houden bij het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden. Als de
inlener dit nalaat is hij gedurende de bedrijfssluiting of verplichte vrije dag, aan de
uitzendonderneming verschuldigd het aantal uren zoals overeengekomen in de
inleenovereenkomst, vermenigvuldigd met het laatst geldende inlenerstarief.
HOOFDSTUK 3 VOORWAARDEN VOOR ARBEIDSBEMIDDELING
ARTIKEL 22 TOEPASSELIJKHEID ALGEMENE BEPALINGEN
De strekking van de in hoofdstuk 1 van deze algemene voorwaarden opgenomen
bepalingen, meer specifiek artikel 2, 3, 4.7 en 5 t/m 11, is van overeenkomstige
toepassing op de arbeidsbemiddelingsovereenkomst tussen de
arbeidsbemiddelingsonderneming en de opdrachtgever.
ARTIKEL 23 VERGOEDING EN INHOUD VAN DE ARBEIDSBEMIDDELINGSOVEREENKOMST
1. De door de opdrachtgever aan de arbeidsbemiddelingsonderneming
verschuldigde vergoeding kan bestaan uit, hetzij een van tevoren vast
overeengekomen bedrag, hetzij uit een van tevoren overeengekomen percentage
van het aan de werkzoekende aangeboden fulltime bruto jaarsalaris te
vermeerderen met vakantiebijslag.
2. Tenzij schriftelijk anders overeengekomen, is de in lid 1 van dit artikel bedoelde
vergoeding slechts dan verschuldigd indien de arbeidsbemiddeling heeft geleid tot
een arbeidsovereenkomst respectievelijk andersoortige arbeidsverhouding als
bedoeld in artikel 17 lid 2 met een door de arbeidsbemiddelingsonderneming
geselecteerde werkzoekende. De vergoeding is eveneens verschuldigd indien de
door de arbeidsbemiddelingsonderneming geselecteerde werkzoekende op
andere wijze – bijvoorbeeld middels terbeschikkingstelling – werkzaamheden voor
de opdrachtgever gaat verrichten.
3. De specifieke voorwaarden op basis waarvan de
arbeidsbemiddelingsonderneming de arbeidsbemiddeling uitvoert zijn opgenomen
in de arbeidsbemiddelingsovereenkomst.
4. Eventuele pro memorie posten worden op basis van nacalculatie in rekening
gebracht.
ARTIKEL 24 AANGAAN ARBEIDSVERHOUDING DOOR OPDRACHTGEVER MET DE
WERKZOEKENDE
Als de opdrachtgever gedurende de looptijd van de opdracht tot arbeidsbemiddeling of
binnen zes maanden na beëindiging daarvan zelf (alsnog) een samenwerking als
genoemd in artikel 23 lid 2 (en/of artikel 17 lid 2) met een door de
arbeidsbemiddelingsonderneming geselecteerde werkzoekende aangaat, is hij terstond
aan de arbeidsbemiddelingsonderneming de overeengekomen vergoeding
verschuldigd.
ARTIKEL 25 SELECTIE VAN WERKZOEKENDE
1. De werkzoekende wordt door de arbeidsbemiddelingsonderneming geselecteerd
enerzijds aan de hand van de door opdrachtgever aan de
arbeidsbemiddelingsonderneming verstrekte wensen omtrent diens
hoedanigheden en kundigheden en verstrekte inlichtingen betreffende de aard
van de functie en anderzijds aan de hand van de bij de
arbeidsbemiddelingsonderneming bekende hoedanigheden en kundigheden van
de werkzoekende.
2. Niet-functierelevante eisen bij het verstrekken van wensen en inlichtingen
betreffende de gewenste kandidaat en de aard van de functie zoals bedoeld in het
vorige lid van dit artikel, kunnen niet door de opdrachtgever worden gesteld. In
ieder geval zullen deze eisen door de arbeidsbemiddelingsonderneming niet
worden gehonoreerd, tenzij ze worden gesteld in het kader van een
doelgroepenbeleid die wettelijk is toegestaan, om gelijke arbeidsparticipatie te
bevorderen.

WhatsApp